De meerderheid van de Brusselse gemeenteraad was liberaal tijdens de 19e eeuw. Door het cijnskiesrecht kwamen deze leden uit de bourgoisie aan de macht. Enkel de rijksten konden kiezen en gekozen worden in de politiek. (Aan het einde van de 19e eeuw kwamen er ook door het algemeen meervoudig stemrecht ook socialisten bij.)
Het gevolg hiervan was dat het grootste gedeelte van de Brusselse begroting voor schone kunsten en voor publiek vermaak zoals feesten en volksvermaak ging naar vermakelijkheden waar de bourgeoisie zelf gebruik van maakte.
Wanneer er ‘volksfeesten’ werden georganiseerd zoals voor het herdenken van de onafhankelijkheid van België ging een heel klein stukje naar gratis voorstellingen in de twee stadstheaters voor het gewone volk. Het meeste ging naar vermaken die enkel betaalbaar waren voor de bourgeoisie, zoals schutterswedstrijden, schietwedstrijden, feestverlichting, bals, paradewagens,…
De instellingen en organisaties die de bourgeoisie zelf bezochten werden financieel bevoordeeld boven de volksprojecten. Zo gaf men in 1905 2,03 % van de begroting voor stedelijke uitgaven voor Schone Kunsten en vermakelijkheden uit aan paardenkoersen. En aan openbare bibliotheken was dit slechts één zesde van dit bedrag. Aan de Munt was dit 15,77 %. Het blijven financieren van de bodemloze put van de Koninklijke Muntschouwburg te, werd toen gerechtvaardigd door het culturele van de voorstellingen en door de toeristische aantrekkingskracht ervan. (Prijzen zijn nu schappelijker en ze verdienen de broodnodige subsidies. Investeren in cultuur is zo belangrijk!)
Educatie van het ‘gewone’ volk vond men ook belangrijk want de volksklassen moesten respect krijgen voor de machthebbers, spaarzamer worden (want indien ze niet rondkwamen met hun loon was het hun eigen fout) en de sociale ongelijkheid aanvaarden. Zo wilden ze ook het volk verheffen, hen het bijgeloof afleren en er actieve burgers in de samenleving van maken. De schrik bij de bouergeoisie voor een revolutie zat er dik in. De volksbibliotheken waren er ook enkel voor hen die zich goed gedroegen.
Bron:
Het heel interessante artikel “Als kunst liberaal kleurt. Het discours van het Brusselse stadsbestuur over het stedelijke beleid voor schone kunsten en publieke vermakelijkheden (1830-1899)” van Cécile Vanderpelen-Diagre.
Foto:
Publiek domein: https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/object/—2821c8b686f9bac4920e5ecaedb260ec.





Leave a comment